Een expositie van een Franeker zoon, te zien t/m 13 mei 2018

Hoe zou het zijn om in de zeventiende eeuw doof te zijn en niet te kunnen praten? Hoe communiceer je dan, als je ook niet kunt schrijven? Hoe verdien je je geld? De dove schilder Jan Janszoon de Stomme komt weer thuis in Franeker. Jan, in 1615 in Franeker geboren als zoon van een bakker en burgemeester, maakt carrière in Groningen als portretschilder van de adel. Hij kan alleen zijn naam schrijven. Maar aan het eind van zijn leven woont hij in de Herestraat, een van de chicste straten van Groningen. Zijn twee zelfportretten, die hij als negentienjarige schildert, zijn het afgelopen jaar gerestaureerd en vormen de aanleiding voor een tentoonstelling over deze succesvolle schilder in Museum Martena. Welkom thuis Jan!

Niet praten

Jan heet natuurlijk niet ‘de Stomme’, dat wordt pas later zijn artiestennaam, een verwijzing naar zijn ‘doofstomheid’. Hij staat bekend als Jan Janszoon of Jan Fogelsangh. Zijn beide ouders overlijden als hij nog een kind is. Hij wordt waarschijnlijk het pleegkind van Theodorus Fogelsangh, een Franeker advocaat. Jan is doof geboren en kan niet praten. Hoewel er nog geen gestandaardiseerde gebarentaal of dovenonderwijs bestaat, gebruikt hij wel gebaren. Hij doet ook belijdenis door middel van gebaren, die zijn zus aan de dominee vertaalt. Een mijlpaal: belijdenis doen betekent dat je meetelt als persoon. En dat betekent heel wat. Dove mensen worden in de zeventiende eeuw vaak beschouwd als incapabel. In hun opvoeding wordt gewoonlijk niet geïnvesteerd. Meestal staan ze onder curatele van familie, zoals de eveneens dove kunstenaars Barend Avercamp of Johannes Thopas. Jan niet. Hoewel hij niet kan lezen en alleen zijn naam kan schrijven, wordt hij burger van Groningen en maakt hij carrière.

Leerling van Rembrandt

Jan leert het vak in Leeuwarden, bij de schilders Harmen Willems Wieringa of Wybrand de Geest. Volgens een oude familiekroniek is hij ook korte tijd in de leer geweest bij Rembrandt. Rembrandt kan hem volgens de kroniek al snel niks meer leren en wil niet dat Jan hem leergeld betaalt. Als negentienjarige maakt Jan twee zelfportretten, sinds jaar en dag in het bezit van Museum Martena. Jan kijkt ons zelfbewust aan met zijn palet en schildersstok in de hand. Beide portretten zijn onlangs ingrijpend gerestaureerd. Ze krijgen na de tentoonstelling dan ook een vaste plek in de portrettengalerij op de beletage van het museum. Naast deze zelfportretten komt een portret van Jan, geschilderd daar Harmen Willems Wieringa, en speciaal voor deze tentoonstelling overgebracht uit Washington.

Burger en schilder in Groningen

Jan Janszoon verhuist naar Groningen, waar een grotere kring aan potentiële klanten is. Hij verwerft het burgerschap van de stad. De adel van stad en ommeland weet hem te vinden. Hij schildert meer dan zestig Groningers, zowel volwassenen als kinderen. Hij heeft een zachte toets en oog voor detail. Zijn kinderportretten zijn meesterlijk en heel aandoenlijk. Vermoedelijk voert Jan ook een kunsthandel. Hij trouwt met de domineesdochter Catharina Solingius, maar zij sterft in het kraambed, samen met de baby. Hij hertrouwt en krijgt twee dochters. In 1647 overlijden drie van de vier gezinsleden, alleen de oudste dochter Petertjen blijft over. Jan Janszoon sterft als een gezeten burger. Hij heeft alles uit het leven gehaald.

Openingstijden

Dinsdag t/m zondag van 11.00 tot 17.00 uur.
Maandag gesloten.
Als een feestdag op maandag valt zijn ze van 11.00 tot 17.00 uur open.

Contactgegevens

0517 392 192
info@museummartena.nl
Voorstraat 35, 8801 LA Franeker, Nederland
Bezoek website